Budocentrum Junansei

Voorschoten | Wassenaar

Kobudo

Wat is Kobudo?

Bij Kobudo (Ken Jutsu) wordt een traditionele Japanse zwaardkunst beoefend. De technieken en kata (vaste vormen) die beoefend worden komen uit de Tenshin Shoden Katori Shinto Ryu. Sinds de stichting, ongeveer 550 jaar geleden zijn de doelstellingen van deze stijl nooit veranderd. De Tenshin Shoden leidt zwaardvechters op in alle aspecten van het oorlog voeren, variërend van wapentechnieken tot tactische, logistieke en zelfs medische kennis.

Tijdens de Kobudo lessen wordt geoefend in het hanteren van het Japanse zwaard tegen diverse wapens. Tijdens deze training beoefend men in koppels vaste, ingestudeerde oefenvormen (kata) die alle facetten van het totale gevecht bevatten. Er worden voornamelijk wapentechnieken met bokken (oefenzwaard), bo (staf) en naginata (hellebaard) behandeld. Daarnaast leert men een aantal solo-vormen van het iai-jutsu, het trekken van het zwaard. Gevorderden gebruiken hiervoor iaitõ.

Edgar Kruyning met Goro HatakeyamaEsther van Diggelen

Tenshin Shoden Katori Shinto Ryu

In 1387 werd Iizasa Choisai Ienao, de stichter van de stijl, geboren in het huidge Takomachi in de Chiba provincie. Hij werd door de Chiba-clan in dienst genomen en nam deel aan diverse veldslagen. Door de ervaringen die hij daar opdeed,  kwam hij tot de conclusie dat dergelijke oorlogvoering slechts tot totale vernietiging leidt. Op 60-jarige leeftijd trok hij zich terug in de vertrekken van de Katori schrijn. Daar hanteerde hij voor een periode van 1000 dagen een strak trainingsschema van gevechtsoefeningen. Aan het eind van deze periode, in 1447, stelde hij een aantal leerstellingen op en noemde zijn stijl de Tenshin Shoden Katori Shinto Ryu. Dit betekent 'de hemelse, waarachtige, juiste traditie van de Katori Shinto school' of 'de martiale traditie van de weg van de goden'.

Tenshin Shoden was oorspronkelijk bedoeld voor de krijger (bushi) of soldaat (heiho). In het Japans verwijst het woord heiho naar de methode van de soldaat. In het Chinees betekenen deze karakters echter vredig of kalm. Het hart van de leer bestaat dus uit een woordspeling. Choisai Sensei geeft in zijn leer aan dat het niet goed is om mensen te doden. Wanneer iemand alleen over een vernietigende kracht bezit, dan zal hij zichzelf en zijn omgeving niet verder ontwikkelen. In de krijgskunsten is het belangrijk dat een beoefenaar sterk is, maar het is net zo belangrijk dat hij zijn kracht niet onthult en reikt naar een hogere vorm van menselijke wijsheid. Daarom noemde Choisai Sensei heiho ook de weg van de vrede.

In Japan mocht alleen de adelijke kaste de twee zwaarden, de daisho te dragen. De daisho bestond uit een lang zwaard (katana of daitõ) en een kort zwaard (wakizashi of shotõ). In 1873 vaardigde de keizerlijke regering de haitorei af, waardoor het verboden werd om zwaarden te dragen. Het gewone volk mocht wel en wakizashi of tanto dragen.

Deze traditionele stijl is lange tijd niet toegankelijk geweest voor buitenlanders (=niet Japanners). Tot een aantal jaar geleden waren er in Japan 2 bekende scholen waar de stijl gedoceerd wordt die ook contact hebben met het buitenland. De school in Kawasaki is opgericht in 1927 door Yoshio Sugino Sensei (1904-1998 ), die sinds de jaren 1920 een leerling van Ichizo Shiina Sensei (Katori) was. Vanaf het eind van de jaren 1980 reisden Yoshio Sugino en zijn assistent Goro Hatakeyama (1928-2009) regelmatig naar Europa om trainingen te verzorgen. Na zijn dood werd Yoshio Sugino opgevolgd door zijn zoon Yukihiro en verliet Hatakeyama Sensei de Kawasaki Dojo. De andere school is gevestigd in Narita en staat onder leiding van Otake Sensei.Otake Sensei is de officieel aangewezen vertegenwoordiger van de Tenshin Shoden Katori Shinto Ryu.

Zoals in elke oosterse krijgskunst ontwikkelt ook in de Katori Shinto Ryu iedere leraar zijn eigen manier van uitvoering en interpretatie van de technieken. Dit is een logisch en onvermijdelijk proces in een toegepaste kunst is. Zo zien we dat in de loop der tijd de benaderingswijzen van Yoshio Sugino, van zijn zoon Yukihiro en van Goro Hatakeyama zich ten opzichte van elkaar zijn gaan onderscheiden en zijn de afwijkingen ten opzichte van andere stromingen binnen de Katori groter geworden. De verschillende benaderingen hebben ook veel gemeenschappelijke kenmerken, zoals:

- veel aandacht voor basistraining
- weggedraaide lichaamshouding; bovenlijf maximaal afgeschermd
- nadruk op lichaamsverplaatsing naar opzij i.p.v. naar achteren
- bewegen en vechten vanuit de heupen i.p.v. vanuit de armen
- centrumcontrole
- werken met een dynamische en steeds wisselende afstand
- ontspannen, gecontroleerd en zacht uitoefenen van technieken

Bij Budocentrum Junansei worden getraind volgens de principes vastgelegd door Sugino Sensei in het handboek Budo Kyo Han wat stamt uit de periode rond WOII, aangevuld met mondelinge instructies van Sugino Sensei zelf en zijn assistenten. De lessen worden verzorgd door Esther van Diggelen en de kwaliteit binnen Junansei wordt gewaarborgd door Edgar Kruyning Sensei, die vele reizen naar Japan gemaakt heeft om bij Sugino Sensei te trainen.

Iedere beoefenaar is welkom om deel te nemen aan de trainingen, ongeacht Kobudo-stroming of andere martiale traditie net zoals het alle leerlingen vrij staat om andere scholen en stijlen te bezoeken. Op deze manier hopen wij het Kobudo als een levende en dynamische traditie voort te zetten.

Het zwaard

Het Japanse zwaard staat bekend om haar scherpte en schoonheid. In het oude Japan werd de scherpte van een zwaard soms getest op misdadigers, maar meestal op strobundels die een tijd in water hadden gelegen. De schoonheid blijkt uit de vaak versierde stootplaat en andere ornamenten en uit de kling. Een hand gesmeed zwaard laat in de kling vaak een fraai lijnenspel zien. Dit verschijnsel (hamon) varieert van strak tot zeer uitbundig en zegt niets over de kwaliteit van het zwaard. Van beoefenaars van deze zwaardkunst mag worden verwacht worden dat hij de belangrijkste delen van het zwaard kan benoemen.

Saya: Schede van het zwaard. Op de saya zit een bevestigingsoog (kurigata) voor de sageo, een koord wat gebruikt wordt om de saya te zekeren in de band (obi) waarmee de kleding wordt vastgemaakt. In de saya kunnen ruimten aanwezig zijn voor een klein mesje (kozuka) en de haarnaald (kogaj).

Tsuba: stootplaat

Tsuka: handvat. De tsuka is vaak omwikkeld met katoen of leer (make-ito). Onder deze wikkeling bevinden zich roggehuid (same) en twee versieringen (menuki) op het handvat die zorgen voor een betere grip. Aan het eind van de tsuka zitten de zwaardknoppen (fuchi-kashira). Onder de tsuka in de richting van de punt van het zwaard bevindt zich een kraag die los om de kling is gevat (habaki). Hierdoor klemt het zwaard zich vast in de saya.

Monouchi: Het deel van het zwaard dat als eerste inslaat op de tegenstander. Dit deel bevindt zich ongeveer 10 cm onder de punt van het zwaard.

Jeugd Kobudo

Bij het Jeugd Kobudo worden verschillende zwaardtechnieken en kata (vaste vormen) beoefend. Deze vormen vinden hun oorsprong in het Aikido, het Ju-Jutsu en een traditionele Japanse zwaardkunst, namelijk de Tenshin Shoden Katori Shinto Ryu. Sinds de stichting, ongeveer 550 jaar geleden zijn de doelstellingen van deze stijl nooit veranderd. Er worden oefeningen gedaan in het hanteren van het Japanse zwaard tegen diverse wapens, zoals zwaard en staf (bo). Vanwege de veiligheid wordt er met houten oefenzwaarden (bokken) getraind. Daarnaast leren we een aantal solo-vormen van het iai-jutsu, het trekken van het zwaard.

Naast de statische, traditionele vormen, worden er in de jeugdlessen ook meer dynamische oefeningen uitgevoerd en zal er naast de houten oefenwapens ook met zachte stokken getraind worden. Met de zachte stokken kunnen ook verschillende vormen van sparren op een veilige en speelse manier beoefend worden.

 De lessen zijn iedere vrijdagmiddag van 16.00-17.00 uur in de Frans de Vettezaal in Voorschoten en zijn voor kinderen vanaf 7 jaar en ouder.

 

Examens

Bij Budocentrum Junansei worden er 2x per jaar kyu-examens afgenomen. Deze examens worden afgenomen tijdens de reguliere lessen. Bij de jeugd doen alle kinderen examen, ongeacht hoe lang ze al meedoen. Tijdens het examen geven de kinderen geven een demonstratie van de technieken die in de voorgaande periode behandeld zijn. Hier hoeven de kinderen niets aan voor te bereiden, want dat is tijdens de lessen gedaan. Het examen is bedoeld om de vooruitgang aan te geven en de kinderen kunnen hier dus niet voor zakken.

Tijdens de training wordt een wit pak gedragen wat bij elkaar gehouden wordt door een band. Als je net begint is je band nog helemaal wit. Naar mate je langer traint, wordt de band steeds donkerder totdat hij zwart geworden is. We hanteren verschillende kleuren banden:

  • Wit – 8e kyu
  • Geel – 7e kyu
  • Oranje – 6e kyu
  • Groen – 5e kyu
  • Blauw – 4e kyu
  • Bruin – 3e kyu
  • Bruin – 2e kyu
  • Bruin – 1e kyu
  • Zwart – 1e dan

In de jeugdexamens kunnen de kinderen ook slippen halen voor op hun band. Een slip is een tussenstapje op je band, op weg naar de volgende band. Dat betekent dat je op een witte band achtereenvolgens een gele, oranje, groene, blauwe en bruine slip kunt halen. Na de bruine slip volgt de gele band. Op een gele band kun je achtereenvolgens een oranje, groene, blauwe en bruine slip halen, etc. Vanaf 5e kyu/groene band mag de Aikidoka een Hakama (traditionele broekrok) dragen tijdens de training.

Bij de volwassenen is het niet vanzelfsprekend dat iedereen twee maal per jaar examen doet. Examen is alleen op uitnodiging van de docenten. Bij het Kobudo worden alle examens tot en met 2e kyu tijdens de les afgenomen. De behaalde graden worden erkend door de bond SOGO BUDO. De examens voor 1e kyu en hoger worden landelijk afgenomen in de Hombu Dojo in Ede. Hiervoor is wel 3 jaar lidmaatschap van de SOGO BUDO vereist.

De eisen voor 1e kyu en 1e dan zijn als volgt:

Omote-no-tachi (zwaard kata; 4x)
  1. Itsutsu-no-tachi
  2. Nanatsu-no-tachi
  3. Kasumi-no-tachi
  4. Hakka-no-tachi
Omote-no-bo  (bo kata; 6x)
  1. Seriai-no-bo
  2. Sune-hishigi-no-bo
  3. Saiyu-no-bo
  4. Kasahazushi-no-bo
  5. Hanetsurube-no-bo
  6. Tatenami-no-bo
Omote-no-naginata  (naginata kata; 4x)
  1. Itsutsu-no-naginata
  2. Nanatsu-no-naginata
  3. Kasumi-no-naginata
  4. Hakka-no-naginata
Iai-jutsu goshi-ai  (trekken van het zwaard zittend; 6x)
  1. Kusanagi-no-ken
  2. Nukitsuke-no-ken
  3. Nukiuchi-no-ken
  4. Uken
  5. Saken
  6. Happoken
Iai-jutsu tachi-ai  (trekken van het zwaard staand; 5x)
  1. Yukiai-gyakunuki-no-tachi
  2. Zengo-chidori-no-tachi
  3. Yukiai-migichidori-no-tachi
  4. Gyakunuki-no-tachi
  5. Nukiuchi-no-tachi